Opgraving kasteel Didam

In Oud-Dijk is woensdag 19 december de opgraving begonnen naar restanten van het voormalige kasteel Didam. Het vroegere kasteelterrein bevindt zich direct oostelijk van de rotonde aan de Dijksestraat en wordt straks door de oostelijke poot van de nieuwe Randweg-Zuid doorsneden.

File0012-2 klein formaat jpg Scan12121308220-2-1 jpg

De plaats waar eens
kasteel Didam stond
(Bron: Gelderse
historie
in de Liemers
van A.G. van Dalen)

Uitgewerkte kaart naar 
toenmalige en huidige 
situatie
(Bron: Gemeente Montferland)

De opgraving wordt uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten uit Amersfoort en duurt ongeveer 19 dagen. In maart gaat de schop opnieuw de grond in. “De verwachtingen zijn hooggespannen”, zegt Anneke Zonneveld, beleidsmedewerker Milieu bij de gemeente Montferland. “Bij eerder uitgevoerd proefsleuven onderzoek zijn delen van de gracht om het kasteelterrein aangetroffen. Ook waren tot voor kort restanten van de funderingen van het kasteel in het terrein zichtbaar. We verwachten dan ook dat we het kasteel en zijn bijgebouwen verder op de kaart van Didam kunnen zetten.”

Eigenaren
Het kasteel werd gebouwd in de 13e eeuw. In 1314 behoorde het toe aan de Gelderse hertog, maar de graven van Meurs hebben het ongeveer anderhalve eeuw in leen gehad. Daarmee waren ze praktisch eigenaar. In tijd van oorlog moest het echter ter beschikking staan van de Gelderse hertog.
Didam was in die tijd één van de belangrijkste bezittingen van Huis Bergh. Het kasteel was het middelpunt van de heerlijkheid Didam. Gedurende enige eeuwen waren de heeren van Bergh en de graven van Meurs dus buren en mede-eigenaars van het dorp, zonder dat dit ooit tot moeilijkheden schijnt te hebben geleid.

Bouw
Het slot bestond uit een tufstenen woontoren en voor de rest zeer waarschijnlijk uit baksteen. Misschien waren in de fundamenten ijzerslakken verwerkt, zoals ook in de huidige Mariakerk. IJzerslakken werden namelijk in 1944 gevonden, toen de Duitsers dwars over het terrein een tankgracht groeven.
Toen men rond 1200 de kunst van het steen bakken weer machtig was, werd niet meer gebouwd in natuursteen. Dat betekent dat de donjon, oftewel woontoren, van het slot Didam werd gebouwd voor 1200 en de rest van het kasteel in de 13e eeuw. Oorspronkelijk stond er waarschijnlijk alleen de tufstenen verdedigingstoren met daar omheen dienst- en bedrijfsgebouwen van hout, leem en stro.

 

Van het kasteel zelf is verder weinig bekend. Tot 1456 blijft het in handen van de Van Meursen. Dan verkoopt Vincent van Meurs het kasteel met toebehoren aan Willem van der Leck, vader van Vincents’ aanstaande schoonzoon Oswald van den Bergh. Bij de verpanding van het kasteel wordt ook een molen genoemd. Door deze verkoop kwamen en bleven slot en heerlijkheid als één bezit in handen van het Huis Bergh.

Brand
In 1503 brandde het kasteel af en werd het niet meer opgebouwd. Alleen de donjon en slotkapel bleven staan. De donjon werd voortaan de Meursche toren of de Bergvrede genoemd. Hiervan zijn tegenwoordig nog de namen Meursweg en Bergvredestraat, waar de gemeente Montferland haar nieuwe huisvesting krijgt, afgeleid. Ook staan er aan de Dijksestraat nog twee woningen bij elkaar met de namen Bergvrede en Toornkamp op de gevel.

In 1606 werd ook de Meursche toren afgebroken. Hierbij deed men een lugubere vondst. In een gewelf onder de toren lag namelijk een menselijk lichaam. Het lijk moest uiteraard dat van een belangrijk, liefst Romeins, personage zijn. Wijlen Drusus viel de eer te beurt. De graaf van Bergh zou het lijk in stukjes hebben laten verdelen en de fragmenten aan naburige potentaten hebben geschonken. De hersenpan werd achter de tralies in de muur van het kasteel in ’s-Heerenberg gemetseld en later naar Boxmeer overgebracht.

Bronnen:
1) De Liemers van 20 november 1968 (Tinneveld)
2) Publicatie 'Het kasteel te Didam' van A.G. van Dalen (1967)
3) Publicatie 'Gelderse historie in de Liemers' van A.G. van Dalen (1971)

 

Copyright @2018|Oudheidkundige Vereniging Didam| Anjerstraat 6,6942 VW Didam|Tel.nr 0316-224447|
Disclaimer

log in