Didamse personen

Dominee Stork

Inleiding
Gerard (Geert) Johan Bernard Stork werd op 24 november 1865 in Amsterdam geboren. Hij komt uit een Twents geslacht. Na op 23 juni 1890 in Doetinchem het gymnasium te hebben afgesloten, studeerde hij tot 1895 theologie aan de universiteiten van Utrecht en Amsterdam. Van 1896 tot 1904 was hij werkzaam als hervormd predikant in het dorp Varik, tegenwoordig deel uitmakend van de Betuwse gemeente Neerijnen. In 1896 trouwde hij met Christina Wilhelmina Clasen. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren. Hierna was hij tot 1907 als predikant in Doesburg actief. Na het overlijden van zijn eerste vrouw in 1903 trouwde hij in 1905 met Janna Cornelia Maria van Ralen. Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren. Dominee Stork werd op 26 mei 1907 - op 41-jarige leeftijd - aangesteld als predikant in Didam. Hij bleef dit tot aan zijn emeritaat op 1 mei 1943. Hij woonde met zijn gezin in het domineeshuis ‘De Wheem’, midden in het park achter het Albertusgebouw. Dit huis was bereikbaar via het Domineesstraatje.

 

Dominee Stork-2 Stork en echtgenote-2
Dominee Stork
in zijn werkkamer
Dominee Stork en
mevr. Stork-van Ralen

 

Protestantsepastorie1910-2 492-3
Domineeshuis in 1910  Domineesstraatje

Veel aanzien
Hoewel de voormalige gemeente Didam bij de aanstelling van Dominee Stork meer katholiek (96%) dan protestant was, waren de onderlinge verhoudingen over het algemeen goed te noemen. Dominee Stork was een tolerante en tactvolle persoonlijkheid. Hij plaatste zich nimmer op de voorgrond en liet zich ook niet in met de gemeentelijke politiek.
Dominee Stork had veel krediet bij de kerkenraad en kreeg vaak op eigen initiatief zaken voor elkaar. Zo was hij zeer nauw betrokken bij de bouw van een éénklassige openbare school op het ‘Mager End’ in 1926, in de volksmond bekend als de school van meester Veenink. Ook riep hij in mei 1937 de kerkenraad in buitengewone vergadering bijeen nadat hij met burgemeester Kronenburg had gesproken over de verkoop van een stuk grond, genaamd ‘Domineeskamp’. Op deze grond zou dan een nieuw gemeentehuis worden gebouwd. Behoudens enkele voorwaarden gingen de kerkenraad en het ‘Classicaal Bestuur’ in Zutphen akkoord zodat het nieuwe gemeentehuis al in 1938 kon worden geopend.
Zijn beminnelijke karakter, grote menslievendheid en gemeenschapszin met zeer ruime opvattingen verschaften hem een speciale plaats binnen de Didamse samenleving. Op 26 april 1943 nam dominee Stork met een evangeliedienst op 77-jarige leeftijd afscheid van zijn gemeente. Enkele dagen later volgde zijn emeritaat. Gerard Johan Bernard Stork overleed op 21 april 1951 in Didam en hij ligt begraven op de Nederlands Hervormde begraafplaats aan de Wilhelminastraat.

 

Binnenkerk-2 Kerkenraad-2
De oude protestante
dorpskerk ca. 1930
Kerkenraad en
Voogdijraad in 1945

De nevenfuncties
In de periode voor de Tweede Wereldoorlog bestond bij veel inwoners van plattelandsgemeenten nog ontzag voor beroepen als dominee, dokter, pastoor, burgemeester, notaris en onderwijzers. Op grond van die status oefenden deze notabelen tal van nevenfuncties uit. Dominee Stork vormde hierop geen uitzondering.
Hij werd op 8 juni 1917 benoemd tot directeur van het ‘Rijks Quarantainestation’ in Didam. Zijn echtgenote J.C.M. Stork – van Ralen stond hem bij als hoofd van de medische afdeling. Het was een repatriëringskamp voor gevluchte krijgsgevangenen en deserteurs van alle nationaliteiten uit de Eerste Wereldoorlog en bedoeld om te voorkomen dat de Nederlandse bevolking werd blootgesteld aan besmettelijke ziekten. In 1919 veranderde het quarantainekamp in een kinderkamp. J.C.M. Stork – van Ralen werd benoemd tot directrice en zij beëindigde haar functie in 1922. Met ingang van 1 april 1922 werd Dominee Stork benoemd tot directeur-administrateur. Dit duurde tot 1 mei 1929 en daarna werd het kamp gesloten.
Verder was dominee Stork van 1908 tot 1934 lid van de Gezondheidscommissie in Doetinchem, kerkvisitator van de provincie Gelderland, bestuurslid van de vereniging Kinderzorg van de classis Zutphen en voorzitter van het Nederlands Bijbelgenootschap, afdeling Zevenaar. Ook was hij lid van de ‘Plaatselijke Landstorm Commissie Didam’ en erelid van het plaatselijke comité voor de aanbieding van een nationaal geschenk aan HKH Prinses Juliana en ZKH Prins Bernard ter gelegenheid van hun huwelijk in 1937.

 

Quarantainekamp Vergadering Gezondheidscommissie
Quarantainestation in 1917
(Dominee Stork rechts
en mevr. Stork links)
 
Laatste vergadering
Gezondheidscommissie in
1932 (2e van rechts)

Onderscheidingen
Dominee Stork werd drie keer onderscheiden. In 1921 werd hij door de Portugese regering benoemd tot officier in de militaire orde van Jezus Christus van Portugal voor zijn ‘uitnemende verdiensten in het Rijks Quarantainekamp’. Vier jaar later ontving hij het ‘Mobilisatiekruis’ vanwege zijn leiding (commandant) aan dit kamp. Op 3 juli 1936 werd hij voor zijn vele verdiensten benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau.

 

Portugese onderscheiding-2 Lintje koningin Wilhelmina-2
Portugese
onderscheiding
Ridder Orde
Oranje Nassau

Bronnen:

  • Smit, Jan en Talens, Bert in Oaver Diem 2009
  • Loo, van, D., De hervormde gemeente na de Franse revolutie. Kerkenboek Didam (Nijmegen 2000)
  • Beursken, J.A.B., Onderwijs. Kerkenboek Didam (Nijmegen 2000)
  • Archief familie Stork

Burgemeesters

De voormalige gemeente Didam omvat het gebied van de vroegere heerlijkheid met die naam. Deze heerlijkheid was sedert 1388 in het bezit van de Heren en sinds 1486 van de Graven Van den Bergh van kasteel Bergh. Nadat de Republiek der Verenigde Nederlanden was verdwenen werden er binnen de Bataafse Republiek (1795-1806) municipaliteiten (gemeentebesturen) benoemd naar Frans voorbeeld met aan het hoofd een drost. Het staatsbestel tijdens het Koninkrijk Holland (1806-1810) bracht vele veranderingen tot stand. Daadwerkelijk veranderde er pas veel toen het Keizerrijk Frankrijk (1811-1813) haar intrede deed. De eerste man die Didam bestuurde na inlijving van Nederland bij Frankrijk was de Didammer Gerrit Roemaat. De laatste burgemeester van de gemeente Didam was tot 2005 Paul Peters.

 

 

Gerrit Roemaat
Periode: 1811-1817

De eerste katholieke bestuurder van het toenmalige 'Ambt Didam' na de inlijving van Nederland bij Frankrijk was de toen 49 jarige Roemaat. Hij kreeg de titel van maire. Na de Franse tijd (1813) werd de titel burgemeester. Voorheen (1795) was hij lid van de Gelderse Staten. Hij was daarnaast landbouwer en (gemeente) secretaris/rotmeester.

Jan van Embden
Periode: 1818-1821

Deze burgemeester stond vermeld als rentmeester en grondeigenaar. Hij kocht in 1809 het landgoed 'De Heegh' en kwam vanuit Arnhem op Huis Heegh wonen. Jan van Embden trad in het huwelijk met Sybilla Mos. Zij kregen vier kinderen waaronder het eerste kind Gerrit-Jan, die zijn opvolger zou worden.

De burgemeestersfamilie Van Embden staat uitvoerig beschreven in Oaver Diem 2001

Gerrit-Jan van Embden
Periode: 1821-1862

Zijn handelswijze en gedragingen verwijzen naar een zakelijke en formele aanpak. Gerrit-Jan van Embden trouwde met Johanna Allegonda Nijhoff. Zij kregen acht kinderen. Het eerste kind (Jan van Embden) was van 1866 tot 1893 burgemeester van Renkum. Het vijfde kind Isaäk-Anne van Embden werd de volgende burgemeester van Didam.

De burgemeestersfamilie Van Embden staat uitvoerig beschreven in Oaver Diem 2001

isaac_anne_van_embden

Isaäk-Anne van Embden
Periode: 1863-1873

Van deze burgemeester is weinig bekend. Isaäk-Anne bleef ongehuwd en was tweeëndertig jaar toen hij werd benoemd. Hij bleef burgemeester van Didam tot aan zijn dood. Hij was in 1867 verantwoordelijk voor de totstandkoming van het eerste gemeentehuis van Didam. Op de bestaande openbare school werd een verdieping gebouwd en dit gebouw deed tot 1938 dienst als gemeentehuis.

De burgemeestersfamilie Van Embden staat uitvoerig beschreven in Oaver Diem 2001

Gerriteillemvanderdoes

Jonkheer Gerrit Willem van der Does
Periode: 1873-1890

Van der Does was gehuwd met jonkvrouw Christina E. Tadama. Hij was niet zo'n bijzondere burgemeester. De commissaris van de koning was hier duidelijk over: ...een goed en goeiig man, zijn beleid als burgemeester laat echter veel te wensen over, zijn woord had bij den raad geen gezag (...) er zijn vele toestanden in deze gemeente waarin ik gaarne verandering zou zien gebragt ¹/

Bernardus J. Hulshof

Bernardus J. Hulshof
Periode: 1890-1899

Burgemeester Hulshof was - na Gerrit Roemaat - de tweede katholieke burgemeester van Didam. Hij werd gekozen uit zesendertig sollicitanten.
Hij was voor die tijd wethouder in Lichtenvoorde en kortstondig burgemeester van Schijndel (1889-1890). Na de periode Didam werd hij benoemd als burgemeester van Bergen op zoom (1899-1924).

Antonius J. Gijsen

Antonius J. Gijsen
Periode: 1899-1906

Deze burgemeester gaf aan dat het hem in Didam goed was bevallen. Hij sprak in zijn afscheidswoord over: ... de heeren wethouders met wie ik altijd zeer plezierig samengewerkt en .... Dat hun allen onder Gods zegen mogen wel gaan ²/. Na de periode Didam vertrok hij naar Boxtel.

Gerard Sutorius

Gerard M. Sutorius
Periode: 1907-1911

Deze burgemeester was getrouwd met Maria Raijmakers. In zijn ambtsperiode kwamen belangrijke bouwwerken tot stand. Genoemd kunnen worden de uitbreiding van het Sint Albertusgesticht met een ziekenhuis (1908) en de bouw van de twee dorpskerken in Loil en Nieuw-Dijk (1910 en 1911). Na de periode Didam werd hij benoemd als burgemeester van Monster.

Antoine van Nispen tot Pannerden

Jkhr. Antoine (Tanne) E.M. van Nispen tot Pannerden
Periode: 1911-1920

Deze jonkheer was pas 27 jaar toen hij werd geïnstalleerd. Hij was lid van een invloedrijk katholiek Liemers geslacht waarvan velen niet alleen plaatselijke, maar vooral regionale en landelijke (bestuurlijke) functies zouden doorlopen. Negen jaar later keerde hij weer terug naar zijn geboorteplaats Zevenaar om daar ruim 25 jaar het ambt van burgemeester uit te oefenen.

Burgemeester Harmen van de Poll

Jonkheer Harmen H.J.M. van de Poll
periode 1921-1934

Deze excentrieke persoonlijkheid werd geplaagd door een aantal lastige affaires. Zijn verhouding met de gemeenteraad was niet denderend. Ook had hij een slechte band met de gemeentesecretarissen H.Th. van Uum (ontslag eind 1922) en zijn opvolger J.C.M. Couwenberg (periode 1923-1946). De minister van Binnenlandse Zaken moest op een bepaald moment ingrijpen en berispen om het geheel nog enigszins werkbaar te houden. Van de Poll bouwde een nieuwe ambtswoning aan de Dijksestraat.

Burgemeester Willem Kronenburg

Willem B. Kronenburg
Periode: 1935-1938

Didam had een sterk persoon nodig en vond deze in de benoeming van de al 65-jarige Kronenburg, de voormalige Gelderse Gedeputeerde en oud burgemeester van Driel. Hij kreeg als taak de verstoorde verhoudingen uit de wereld te helpen. Voor hij in 1938 weer vertrok maakte de trotse burgervader nog de opening van het nieuwe raadhuis aan de Domineeskamp mee.

Hendricus de Leeuw

Hendricus A.B. de Leeuw
Periode: 1938-1953

Hij kwam uit een burgemeestersfamilie. Zijn vader was burgemeester in Appeltern en zijn broer in Elst. De Leeuw werd geprezen om zijn buitengewoon vlot en joviaal optreden en werd getypeerd als ... een krachtdadig figuur met bijzondere aandacht voor de land- en tuinbouw en het verenigingsleven. Na de periode Didam werd hij benoemd als burgemeester van de gemeente Bergh.

H.J.E. Verberk

Hendrikus J.A. Verberk
Periode: 1953-1962

Burgemeester Verberk combineerde deze functie een kleine drie jaar met het Tweede Kamerlidmaatschap voor de KVP. Hij was erg betrokken bij het maatschappelijk werk. Hij was eerder wethouder van Arnhem en vanaf 1962 twaalf jaar gedeputeerde van Gelderland. Hij gaf een grote impuls aan het bedrijfsleven in Didam en in zijn periode kreeg het centrum van Didam een nieuw aanzicht. Hij eindigde zijn loopbaan als waarnemend burgemeester van Deil.

W.F.P. Boshouwers

W.F.P. Boshouwers (waarnemend)
Periode: 1962-1963

Boshouwers was lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland. Hij was één jaar waarnemend burgemeester. Hij was landelijke bekend door zijn publicaties over de staatsinrichting van Nederland. Ook was hij auteur van het boek 'In het spoor van kruis en ploeg; vijftig jaar aartsdiocesane R.K. Boeren- en Tuindersbond 1917-1967'. In de Tweede Wereldoorlog was hij als leraar verbonden geweest aan de land- en tuinbouwschool in Didam.

Nico Vlaar

N. Vlaar
Periode: 1963-1976

Hij werd in 1911 in Purmerend geboren. Voor zijn benoeming in Didam was hij zes jaar gemeentesecretaris van Waalwijk. Naast het ambt van burgemeester had hij ook andere neventaken zoals voorzitter industrieschap KAN, bestuurslid schoolartsendienst en gezondheidscentrum en voorzitter van FESTOG. Voor zijn vele verdiensten werd hij tot ereburger van Didam benoemd.

Joop J.A. van Gils

J.J.A. van Gils
Periode: 1976-1992

Voordat Van Gils in Didam werd benoemd, was hij burgemeester van Maasdriel. In zijn ambtsperiode werden in Nieuw-Dijk het jeugdgebouw annex sporthal De Meikever en in Loil het verenigingsgebouw De Zomp gebouwd. In 1981 werd een nieuw gezondheidscentrum en enkele jaren later een nieuw politiebureau geopend. Hij was ook de initiatiefnemer van het schuttersmuseum en een groot promotor van het schutterswezen.

Paul J.J.M. Peters

P.J.J.M. Peters
Periode: 1992-2005

Als laatste burgemeester van Didam werd hij op 14 mei 1992 benoemd. Peters was voor zijn burgemeesterscarrière werkzaam op de griffie van het provinciehuis in Arnhem. Hij was burgemeester van Wylre en vanaf 1981 van Belfeld. Hij bleef burgemeester van de gemeente Didam tot 1 januari 2005. Na de fusie van de gemeente Didam met Bergh werd hij waarnemend burgemeester van de nieuwe fusiegemeente Montferland.

 Bronnen:

  • Smit, J.B., Sporen van moderniteit, blz. 480-481 (Hilversum 2010)
  • Didam in de twintigste eeuw, jaar 1992 (Didam 2007)

Voetnoot:

  • ¹/ Didam 1815-2005 (blz. 216)
  • ²/ Didam 1815-2005 (blz. 218)

Geneesheren / Artsen

Inleiding

Binnen het gebied ‘De Liemers’ kende men lange tijd perioden van armoede waardoor hulpbehoevenden vaak waren aangewezen op de kerk of de overheid zoals het gemeentebestuur. In Didam waren de confessionele (kerkelijke) armbesturen van zowel de katholieke- als protestantse kerk lange tijd verantwoordelijk voor allerlei hulp, waaronder medische. Het kostte hier echter veel tijd - tot ver in de negentiende eeuw - voordat de lokale overheid zich genoodzaakt zag armen en hulpbehoevenden tegemoet te komen. Vaak werd de gemeente van inwoning de aangewezen instantie om te bedélen en niet meer, zoals daarvoor, de gemeente van herkomst. Tot 1832, zo kunnen we uit de huidige stand van zaken opmaken, waren de Didammers voor medische hulp aangewezen op de omliggende gemeenten. Waarmee niet gezegd wordt dat zich hier permanent een geneesheer zou vestigen. Dat gebeurde pas tientallen jaren later, enkele jaren voor de oprichting van de Sint Albertusstichting in 1991. Wat de motieven voor sommigen waren om zich hier slechts een zeer korte tijd te vestigen of om niet meer te komen, is niet bekend. Toch zijn zij - volledigheidshalve - in het hierna opgenomen overzicht vermeld. De jaartallen van het ‘praktiseren’ staan in het overzicht bij de periode vermeld. Het kwam voor dat medici vanuit een andere gemeente hier handelingen kwamen verrichten. De heelmeester was een praktisch geschoold persoon of chirurgijn en de medicinae-doctor was een academisch en meer theoretisch onderlegd arts. In 1811 kwamen er ‘Provinciale commissies’ die toezicht hielden op de uitoefening van het hier verrichtte werk.

Vanaf 20 oktober 1888 vestigden doktoren zich permanent in Didam en waren zij tegelijkertijd gemeentegeneesheer met als taak:

  • Het gratis behandelen van armen
  • Verloskundige hulp verlenen bij afwezigheid van de vroedvrouw
  • Kosteloos doden schouwen
  • Kosteloos vaccineren
  • Kosteloos schutters keuren
 

F. Bekker
Periode: vanaf 20 juli 1771
Chirurgijn, barbier en kapper

 

E.H. Haack
Periode: 1783-1785
Heelmeester, oorspronkelijk woonachtig in Elten

 

A. Bömer
Periode: 1783-1785
Apotheker, afkomstig uit Doesburg

 

J. Lukassen
Periode: 4 mei 1787 tot omstreeks 1794
Meester-chirurgijn

 

J.G.L. Harsch
Periode: 1795-1806
Chirurgijn bij het Koninklijk Pruisisch veldlazaret, vertrok naar Wehl

 

L.B.W. Aberson
Periode: 1794
Apotheker, afkomstig uit Doesburg

 

C. Planten
Periode: vanaf 12 maart 1815
Het is niet zeker of hij in functie is geweest

 

L.F. Vermeer
Periode: Vanaf 1818 betaald door de gemeente Didam
Afkomstig uit Zevenaar, werkzaam als medicinae-doctor

 

J.A. Stevens
Periode: Vanaf 1818
Afkomstig uit Zevenaar, werkzaam als heelmeester

 

H. Schouten
Periode: 1832-1834
Was de eerste Didamse gemeentegeneesheer

 

J. van Dellen
Periode: 1834-1845
Vroed- en heelmeester

 

J.A. Wegerhof
Periode: 1848-1849
Heelmeester

 

E.F. Pelgrom
Periode: 1853
Afkomstig uit Zevenaar

 

J.C. Lieven
Periode: 1856-1857
Afkomstig uit Zevenaar

 

P.A. Hasselbach
Periode: 1863-1878
Tweede Didamse gemeentegeneesheer

 

F.H. Ophof
Periode: 1880-1883
Medicinae-doctor, afkomstig uit Oisterwijk

 

C.I.A.W. Honig
Periode: 1863-1884
Medicinae-doctor, afkomstig uit Zevenaar

 

C.D. Ledel
Periode: 1883
Woonachtig in Balk (gem. Gaasterland). Kwam wegens slechte gezondheid niet opdagen.

 

A.P. Philipsen
Periode: 1884-1885
Afkomstig uit Amsterdam

 

A.C. Van Riemsdijk
Periode: 1885-1886
Afkomstig uit Doesburg

 

H. Wiegersma
Periode : 1885
Afkomstig uit Stad aan ‘t Haringvliet

 

R.M. de Jager Meezenbroek
Periode: 1887-1888
De derde gemeentegeneesheer voor ƒ 1000,00 per jaar. Op 1 april 1888 plotseling overleden.

 

H. Groothelp
Periode: 1888
Afkomstig uit Hilversum

 

J.C. van Wagtendonk en H.A.F. Warren
Periode: 1888
Het waarnemen en verrichten van de dodenschouw werd door H.A.F. Warren uit Doesburg verricht

 

L. ten Cate Hoedemaker
Periode: 1888-1906
Afkomstig uit Enschede. Liet 1899 het bekende ‘Dunselmanhuis’ bouwen en vestigde daar zijn praktijk

 

R.N.M. Eijkel
Periode: 1906-1913
Was inspecteur Volksgezondheid en afkomstig uit Arnhem. Toen in 1908 het ziekenhuis werd geopend, zorgde hij op eigen kosten voor het meubilair. Was schoolarts en chirurg in het Albertusziekenhuis. Na opening van het ziekenhuis in 1908 hoefden de Didammers niet meer naar elders om een operatie te laten uitvoeren.

 

B.J.J. Huibers
Periode: 1912-1928

 

J.W.C.J.M. van Dijk
Periode: 1918 tot omstreeks 1925

Dokter Jan Dunselman

J.A.M. Dunselman (1896-1970)
Periode:1926-1960
Hij werd geboren op 25 maart 1896 in Nieuwer Amstel en ging in 1916 geneeskunde studeren. In 1924 behaalde hij zijn artsenbul. Dokter Dunselman werd in 1926 in Didam benoemd en hij vestigde zich als gemeentegeneesheer met apotheek in het bekende ‘Dunselmanhuis’. Hij was ook chirurg bij kleine ingrepen in het naastgelegen ziekenhuis. Hij was tot 1940 de enige huisarts voor de hele gemeente Didam. Hij beëindigde zijn praktijk in 1960 en werd opgevolgd door dokter T.A.M. Bekema. Voor zijn vele verdiensten werd dokter Dunselman in 1964 benoemd tot ereburger van Didam.

dokter_auping

J.F.M. Auping
Periode: 1940-1946
Werd in 1940 de tweede huisarts in Didam naast dokter Dunselman. Had zijn praktijk aan de Schoolstraat 28 (wijknummer A 68)

Dokter Jennekens

Th.J.A.H. Jennekens
Periode: 1946-1964
Was de opvolger van dokter Auping en betrok zijn woonhuis met praktijk aan de Schoolstraat 28 (wijknummer A 68)

Dokter de Neeff

J.I. de Neeff
Periode: 1955-1990
Hij werd geboren op 19 februari 1926 in Amsterdam en studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Promotie tot doctor in de geneeskunde op het proefschrift ‘Prenatale zorg en het gezondheidscentrum van Didam’. Hij was tevens voorzitter van de Sint Abertusstichting (1966-1989), Stichting Diedeheim (bouw zwembad), Vrienden van de Kelsehof en bestuurslid van het Gezondheidscentrum Didam.

dokter_bekema

T.A.M. Bekema
Periode: 1960-1992
Hij werd geboren in Rijswijk (ZH) op 17 september 1932 en studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit van Leiden (1951-1958). Werd in oktober 1959 aangesteld als huisarts in Didam en hij was de opvolger van dokter Dunselman. Was erg betrokken bij het (sportieve) verenigingsleven in Didam. Hij was onder meer vijfentwintig jaar clubarts bij v.v. D.V.C. ’26 en betrokken bij Woningbouwvereniging 'Goed Wonen'. Bij beide verenigingen werd hij benoemd tot lid van verdienste.  

dokter_peters2

A. Th. M. Peters
Periode: 1964-1990
Hij werd geboren in Lobith, destijd gemeente Herwen en Aerdt, op 26 november 1928. Hij deed het eindexamen Gymnasium beta aan het Canisiuscollege in Nijmegen. Studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit in Utrecht. Op diverse plaatsen in Nederland de huisartsenpraktijk waargenomen en dat was in 1956 ook in Didam voor dokter Dunselman. Ook werkzaam geweest voor de jeugdgezondheidszorg Oost Gelderland. Van april 1964 tot april 1990 huisarts in Didam als opvolger van dokter Jennekens. Aantal jaren bestuurslid Gezondheidscentrum Didam en voorzitter van het contactorgaan Liemerse Gezondheidszorg (COGL).


Bronnen

  • 100 jaar Albertusstichting 1891-1991, blz.10 tot en met 12, P.J. ten Berge, H.P.L. Tomas en Drs. J.B. Smit (Didam 1991)
  • Didam in de twintigste eeuw, jaren 1908, 1909 en 1991 (Didam 2007)
  • Weekblad De Liemers (5 april 1990)

Docenten

Inleidende tekst over docenten in Didam...


Meester Ponti
Periode: 

Meester de Ponti

Inleiding

Stamvader Edmundus Franciscus de Ponti trad op 14 augustus 1682 in Helden (Limburg) in het huwelijk met Elisabeth Claessens. Hun nakomelingen woonden daar meer dan drie generaties. Vervolgens was Venray de woonplaats van veel generaties De Ponti.

Meester en Moeke De Ponti
Meester en Moeke De Ponti
Fotocollectie Marijke Dellepoort, Zevenaar

Meester Theo de Ponti werd op 17 december 1884 in Oerle (gemeente Venray) geboren. Zijn vader was daar hoofd van de school. Nadat Theo in 1903 als onderwijzer was afgestudeerd aan de normaalschool in Venray, werd hij benoemd in Siebengewald. In het pension waar hij woonde, leerde hij zijn latere echtgenoot Stina Rutten kennen. In 1910 behaalde Theo in Arnhem de hoofdakte en kreeg hij een aanstelling in Maashees. Op 15 november 1913 werd hij benoemd als onderwijzer met hoofdakte aan de openbare lagere school (aan de Schoolstraat) in Didam. In de vergadering van 14 juni 1916 benoemde de gemeenteraad van Didam meester Theo De Ponti tot hoofd van de openbare school in Dijk. Enkele maanden later droegen de Dijkse kinderen, die in Didam naar school gingen, het lichte, weinig kostbare, huisraad 's avonds na schooltijd in processie van de Spoorstraat (waar de meester toen woonde) naar de nieuw gebouwde hoofdenwoning aan de Smallestraat in Dijk. De parochie Dijk was toen nog maar enkele jaren oud en werd vanaf 1921 Nieuw-Dijk genoemd. Theo de Ponti en Stina Rutten (Moeke) trouwden in 1910. Zij kregen negen kinderen waarvan er een op jonge leeftijd overleed.


De kinderen van Theo en Stina de Ponti-Rutten

Voornamen Roepnaam Geboren Gehuwd met

Bernardus G. W.
Petronella M. F.
Wilhelmina A. H.
Catharina J.
Huberdina M.
Huberdina M.
Mathias G.
Christina A.
Theodorus M. B.

Ben
Nel
Miny
Toos
Dinie
Diny
Thijs
Stien
Ted

15-01-1912
23-03-1913
14-07-1914
31-03-1916
1918-1919
10-12-1919
13-04-1921
23-10-1923
26-12-1926 


Frans Bekkers
Willem Dellepoort
ongehuwd

Pieter Adema
ongehuwd
Jan Broeksteeg
ongehuwd

Gezin De Ponti
Het gezin De Ponti-Rutten
omstreeks 1924


Thijs was de eerste priesterzoon van de parochie Nieuw-Dijk. Hij werd in 1949 tot priester gewijd. Ben, Toos en Ted gingen - net als hun vader - in het onderwijs werken.


Sociaal betrokken

Al spoedig kenden de Dijkse mensen het doorzettingsvermogen van de meester. Hij stond aan de wieg van praktisch alle verenigingen in het kerkdorp. Wethouder Toon Som noemde hem de burgemeester van Nieuw-Dijk. Zijn schoolhoofdenwoning aan de Smallestraat was het adres waar in de loop der jaren honderden Nieuw-Dijkse ingezetenen aanklopten als ze in moeilijkheden zaten in zaken als belastingen, uitkeringen, sociale bijstand, vrijstelling militaire dienstplicht en kostwinnersvergoeding. Hij schroomde niet om het recht tot in Den Haag te gaan halen. De portiers van de Haagse departementen herkenden meester De Ponti al op grote afstand vanwege zijn veelvuldig bezoek. Meester De Ponti nam meestal ook plaats in het bestuur; sterker nog, hij was het bestuur. Opgericht op zijn initiatief werden onder andere de voetbalvereniging N.D.V. (later gewijzigd in N.D.C.) en voetbalvereniging Sprinkhanen. Ook trok hij de kar in de beginjaren van schutterij St. Antonius en muziekvereniging DES. Tevens organiseerde hij Sinterklaas- en Koninginnefeesten voor de jeugd. Daarnaast was hij dirigent van het kerkkoor en was hij de stuwende kracht bij de afdeling van de R.K. Staatspartij, later bekend als K.V.P. Hij deed veel en goed werk bij de ziekenzorg, later bekend als het Wit - Gele kruis. De jaarlijkse contributie bedroeg ƒ 1,00; het ophalen hiervan was een echt De Ponti-bedrijf. Meester De Ponti nam de buitengebieden zoals Didam, Loil en Greffelkamp voor zijn rekening en de kinderen deden vervolgens de rest. Tevens was de meester de grote drijfveer bij Onderlinge Hulp. Dit was een verzekering tegen ziekenhuis- en operatiekosten.


Afscheid als hoofd van de school

In 1950 nam hij afscheid als hoofd van de school in een druk bezochte receptie in het schuttersgebouw. Hij verliet de diensthoofdenwoning F 43 (Smallestraat 39) en vertrok naar de nieuw gebouwde woning F 50 I (Smallestraat 36). Het verlaten van de school betekende nog niet het einde van zijn werk als 'ombudsman'. Hij bleef zitting houden in de Commissie tot Wering van Schoolverzuim in de gemeente Didam.


Onderscheiden

Op nieuwjaarsdag 1954 speldde pastoor Van Gendt meester De Ponti het gouden kruis Pro Ecclesia et Pontifice op zijn borst. Dit is een pauselijke onderscheiding voor het vele werk ten dienste van de Rooms Katholieke kerk. In december 1958 werd aan hem de gouden eremedaille van de gemeente Didam uitgereikt.

In 1960 werd het feit herdacht dat hij veertig jaar secretaris was van de Commissie tot Wering van Schoolverzuim. In 1969 vertrokken meester en moeke De Ponti naar het bejaardenhuis, gevestigd in het Albertusgebouw in Didam. Daar werd de diamanten bruiloft gevierd tijdens een plechtige heilige mis in de kapel waarbij zoon Thijs de voorganger was. De laatste levensdagen bracht het echtpaar door in zorgcentrum Kelsehof in Didam.

Meester en Moeke en Pastoor van Gendt
Meester de Ponti, moeke
en pastoor van Gendt
in 1954
Foto Marijke Dellepoort


Bronnen:

  • J.A.B. Beursken, Nieuw-Dijk van A tot Z, 1911-2011 (Duiven 2011)

Copyright @2018|Oudheidkundige Vereniging Didam| Anjerstraat 6,6942 VW Didam|Tel.nr 0316-224447|
Disclaimer

log in